Frankrijk en Duitsland gaan een Phobos-rover bouwen

De Franse ruimtevaartorganisatie CNES kondigde aan om samen met de Duitse ruimtevaartorganisatie DLR een rover te gaan ontwikkelen voor Phobos. In 2024 gaat Japan namelijk een missie lanceren naar de twee manen van Mars. Deze missie, Martian Moons eXploration (MMX), gaat landen op Phobos en een monster van 10 tot 100 gram mee terug brengen naar Aarde.

De Frans-Duitse rover, die nog geen naam heeft, gaat het oppervlak van Phobos verkennen, voordat MMX gaat landen. Omdat Phobos nauwelijks zwaartekracht heeft kan de rover afgeworpen worden en landen zonder remraket. Vanwege diezelfde geringe zwaartekracht kan de rover ook maar heel langzaam rijden, zo’n 3,6 meter per uur. (Wat je natuurlijk niet wil, is dat de rover met te hoge snelheid tegen een steentje botst, de ontsnappingssnelheid haalt en Phobos verlaat.)

CNES en DLR hopen dat de rover 100 dagen actief zal blijven op Phobos. Ze denken er ook over om de rover de landing van MMX te laten filmen en om met de wielen in de bodem van Phobos te graven. Verder zal de rover een Raman mini-spectrometer mee nemen om de samenstelling van het oppervlak te meten, en een radiometer om de temperatuur te nemen.

Als bonus, is het ontwerp van de rover ook nog “kawaii”, een Japanse obsessie met schattige figuren, plaatjes en voorwerpen.

 

Bronnen:

https://spacegate.cnes.fr/fr/quezako-le-cnes-prepare-un-rover-pour-phobos

(De Nederlandse vertaling daarvan: https://translate.google.com/translate?sl=auto&tl=nl&u=https%3A%2F%2Fspacegate.cnes.fr%2Ffr%2Fquezako-le-cnes-prepare-un-rover-pour-phobos)

Coverafbeelding: CNES/DLR

De warmtesonde van Mars InSight graaft zich opnieuw in

Het Duitse team van het HP3 instrument van Mars InSight geeft het nog niet op. De “mole” is zich weer in de Mars-bodem aan het hameren. Dat deed het ook eind oktober, toen het bijna onder de bodem verdween en toen tot ieders verrassing weer uit de bodem schoot.

De bodem rond InSight heeft al sinds de landing tot tal van verrassingen geleid voor dit instrument. De toplaag blijkt hard te zijn, terwijl circa 20 cm eronder als los zand is. Het geeft de mole niet de wrijving die het nodig heeft om zichzelf naar beneden te kloppen. Daarom is de robotarm tegen het instrument aan gezet, zodat het die wrijving wel kreeg. Dat werkt natuurlijk alleen zolang het instrument bovengronds zit. Als de mole bijna ondergronds gaat, kan het dat de robotarm tegen de kabel, die aan de mole zit, aan slaat en die beschadigt. En dan is het experiment zeker ten einde.

Maar waarom kwam de mole eind oktober opeens weer naar boven? Men had gedacht dat toen de mole diep genoeg zat, dat ze gewoon door konden hameren. Volgens leider van het instrumententeam bij de Duitse ruimtevaartorganisatie DLR, Tilman Spohn, had het zand onder de korst waarschijnlijk zo weinig cohesie, dat het instrument zich weer langzaam naar boven begon te werken. Zodra de mole hoger kwam, vulde het gat eronder zich en kwam de mole steeds verder naar boven.

Dus wat nu te doen? Uiteraard wordt nu erg omzichtig te werk gegaan. Men wil natuurlijk niet dat het instrument weer aan de oppervlakte komt. Dus eerst wordt stukje bij beetje gegeken of de mole op eigen kracht verder kan. Een mogelijkheid is om de robotarm op de bovenkant van de mole te zetten, maar dat is best een tricky manouvre. Het kan ook dat ze de robotarm gebruiken om de grond ernaast aan te drukken. Wordt vervolgd.

8529_PIA23213_630.gif
De HP3 warmtesonde kwam eind oktober opeens weer uit de bodem (NASA/JPL-Caltech)

Bron:

https://www.dlr.de/blogs/en/all-blog-posts/The-InSight-mission-logbook.aspx

Credits coverfoto: NASA/JPL-Caltech