China zet fotomateriaal Chang’e 4 online

Een jaar geleden landde de Chinese Chang’e 4 in de Von Kármán krater op de achterkant van de maan met de rover Yutu 2. Zowel de lander als de rover zijn nog steeds actief. Yutu 2 rijdt nog steeds verder. Yutu 2 is daarmee nu de langst opererende maanrover ooit, al reden de Loenochods in de jaren zeventig wel veel verder. Yutu 2 reed van de landing tot aan de 13e maan-dag in totaal 358 meter. Loenochod-2 reed 37 km. Maar de Chinese rover-bestuurders hebben wel meer oog voor wetenschappelijke resultaten.

En onlangs heeft China een hoop van die wetenschappelijke gegevens, inclusief fotomateriaal online gezet. Het gaat om gegevens van de landing tot december. Naast foto’s zijn er ook spectra en metingen gemaakt met de grondradar.

De Engelstalige versie van de site is hier te vinden:

http://moon.bao.ac.cn/index_en.jsp

Je moet registreren om de gegevens te kunnen downloaden. De foto’s zijn te downloaden in een speciaal wetenschappelijk formaat. Dat betekent dat je ze niet in iedere fotoviewer meteen kunt bekijken.

Een manier waarmee je de foto’s (op Windows) zichtbaar kunt maken, is Irfanview. Je moet daarbij ook de plugins installeren.

Voor wie de uitdaging aan wil gaan, dit is hoe de beelden zichtbaar gemaakt kunnen worden in Irfanview:

  1. Download een .2B bestand en hernoem het naar .RAW . LCAM zijn landingsfoto’s, TCAM zijn terreinfoto’s en PCAM zijn foto’s gemaakt met de panoramische camera. LPR is grondradar data en VNIR zijn spectra in zichtbaar licht en infrarood. Deze instructies werken voor beelden van de PCAM.
  2. Open het bestand met Irfanview. Deze vraagt nu om een aantal instellingen. Vul deze als volgt in: (met dank aan deze Duitse instructies)

irfanview_change4

Mogelijk komen er de eerste keer nog wat errors voorbij, maar het beeld is als het goed is wel zichtbaar.

3. Sla het beeld op (sneltoets: S) met het formaat naar keuze (.jpg, .png of .tif bijvoorbeeld).

Voor lezers met een Mac of Linux zijn er andere producten. Ik heb op Twitter begrepen dat GDAL van MIT een oplossing biedt. Laat gerust even weten of en hoe het werkt, dan vullen we dat aan bij deze blogpost.

 

Voor diegenen met minder tijd, zijn er gelukkig al ervaren beeldbewerkers met de foto’s van Chang’e 4 aan de slag gegaan. Kijk bijvoorbeeld eens naar de fotobibliotheek van Doug Ellison:

Site 97 Anaglyph

 

 

[Update: 5-1-2020 21:40]

Er zijn ook Python libraries en een Jupyter notebook om Chang’e 4 beeldmateriaal te bekijken: https://github.com/siyu6974/ChangE_4_data_playground

 

[Update: 6-1-2020 22:30]

Nog een andere aanpak: eentje die voor Windows, Linux en Macs werkt, namelijk met ImageJ (met dank aan Doug Ellison). Deze levert bovendien ook kleurenfoto’s op.

1. Download ImageJ en de Debayer plugin (of alle plugins) op deze website van de Universiteit van Manitoba.

2. Pak ImageJ uit in een directory naar keuze. Pak de plugin(s) in de plugins directory van de ImageJ installatie.

3. Download een PCAM bestand van Chang’e 4 en hernoem het .2B bestand naar .RAW.

4. Start ImageJ (met de executable in de ImageJ directory)

Kies hierbij voor de volgende instellingen:

imagej_change4_1.PNG

Je krijgt nu al een foto te zien.

5. Ga in het menu naar Plugins, Debayer, Debayer Image.

imagej_debayer_change4.PNG

6. Sla het bestand op in het formaat naar keuze.

Dit voorbeeld heb ik daarna alleen nog iets lichter gemaakt:

CE4_GRAS_PCAML-C-010_SCI_N_20190111034804_20190111034804_0002_Bb.png

In de tweets van Doug Ellison vertelt hij ook nog hoe hij foto’s bij elkaar brengt tot een panorama:

[Update 7-1-2020 22:10] De foto’s zijn door iemand geconverteerd en op een Google Drive gezet: https://drive.google.com/drive/folders/1hWYi3vG2U547Nb1yTwXqsgKCDhaghL8j

Nu kun je alles zonder tools bekijken.

 

Coverfoto: Chang’e 4 / Yutu 2 / CNSA. (Licht) bewerkt door Marcel-Jan Krijgsman

Ruimtevaart in 2020

Het nieuwe jaar komt met rasse schreden dichterbij. En 2020 zit barstens vol beloften. Op dit moment worden maar liefst 3 Mars-rovers en 2 Mars-orbiters klaar gemaakt voor vertrek (en 1 kleine helicopter). En ook staan weer de nodige maanmissies op het programma. China heeft nog steeds haar Chang’e 5 monstername missie klaar staan. Maar enig realisme is wel geboden. Van de vorig jaar in deze blog aangekondigde 7 maanlandingen, stond alleen Chang’e 4 op 3 januari 2019 op netjes zijn pootjes op de (achterkant van) de maan.

 

Wat haalde 2019 niet?

Laten we eerst nog even kijken naar de beloften van vorig jaar, voor we smullend naar 2020 uitkijken. Want uitstel en ruimtevaart gaan helaas soms net zo goed samen als kalkoen en cranberrysaus. Van de 7 potientiële maanlandingen, was er slechts 1 succesvol, 2 (Beresheet en Vikram) kwamen te hard neer. Van de missies die niet vlogen in 2019, komen we de eerste landing van Moon Express tegen in juli 2020. De lancering van de ALINA van de Duitse PTScientists kan langer op zich laten wachten, door problemen met de financiering.

Het Amerikaanse Commercial Crew project verliep niet zonder problemen. De eerste bemande Crew Dragon van SpaceX verliep niet in oktober, we mogen hem nu in februari verwachten. De testmissie van de Starliner van Boeing was enigszins problematisch, maar de bemande missie moet ergens in het eerste kwartaal van 2020 gaan plaats vinden.

 

Missies naar Mars

Elke 2 jaar (pakweg) biedt zich een optimale tijd aan om missies naar Mars te sturen. In juli-augustus is het weer zo ver en dat zullen we weten ook. Maar liefst 3 Mars-rovers, een helicopter en 2 orbiters worden geprepareerd. Laten we ze even stuk voor stuk bekijken.

Doorgaan met het lezen van “Ruimtevaart in 2020”

De warmtesonde van Mars InSight graaft zich opnieuw in

Het Duitse team van het HP3 instrument van Mars InSight geeft het nog niet op. De “mole” is zich weer in de Mars-bodem aan het hameren. Dat deed het ook eind oktober, toen het bijna onder de bodem verdween en toen tot ieders verrassing weer uit de bodem schoot.

De bodem rond InSight heeft al sinds de landing tot tal van verrassingen geleid voor dit instrument. De toplaag blijkt hard te zijn, terwijl circa 20 cm eronder als los zand is. Het geeft de mole niet de wrijving die het nodig heeft om zichzelf naar beneden te kloppen. Daarom is de robotarm tegen het instrument aan gezet, zodat het die wrijving wel kreeg. Dat werkt natuurlijk alleen zolang het instrument bovengronds zit. Als de mole bijna ondergronds gaat, kan het dat de robotarm tegen de kabel, die aan de mole zit, aan slaat en die beschadigt. En dan is het experiment zeker ten einde.

Maar waarom kwam de mole eind oktober opeens weer naar boven? Men had gedacht dat toen de mole diep genoeg zat, dat ze gewoon door konden hameren. Volgens leider van het instrumententeam bij de Duitse ruimtevaartorganisatie DLR, Tilman Spohn, had het zand onder de korst waarschijnlijk zo weinig cohesie, dat het instrument zich weer langzaam naar boven begon te werken. Zodra de mole hoger kwam, vulde het gat eronder zich en kwam de mole steeds verder naar boven.

Dus wat nu te doen? Uiteraard wordt nu erg omzichtig te werk gegaan. Men wil natuurlijk niet dat het instrument weer aan de oppervlakte komt. Dus eerst wordt stukje bij beetje gegeken of de mole op eigen kracht verder kan. Een mogelijkheid is om de robotarm op de bovenkant van de mole te zetten, maar dat is best een tricky manouvre. Het kan ook dat ze de robotarm gebruiken om de grond ernaast aan te drukken. Wordt vervolgd.

8529_PIA23213_630.gif
De HP3 warmtesonde kwam eind oktober opeens weer uit de bodem (NASA/JPL-Caltech)

Bron:

https://www.dlr.de/blogs/en/all-blog-posts/The-InSight-mission-logbook.aspx

Credits coverfoto: NASA/JPL-Caltech

Voorspoedige tests van de ExoMars parachutes

Er zijn goede ontwikkelingen rond de parachutes van de Europees-Russische ExoMars 2020 missie. Dat is de missie die de Rosalind Franklin rover in 2021 op Mars moet zetten. De parachutes die nodig zijn om af te remmen van 21.000 km per uur tot enkele km per uur, werden eerder dit jaar getest. Beide hoofdparachutes, een van 15 meter en een van 35 meter, raakten daarbij beschadigd. Heel vervelend, want veel tijd om te testen heeft ESA niet meer. De lancering moet tussen 26 juli en 11 augustus 2020 plaats vinden. En het ruimteschip, met parachutes, moet ruim voor die tijd ontsmet en ingepakt worden.

ESA vroeg de hulp in van experts bij NASA’s Jet Propulsion Laboratory. JPL heeft al heel lang ervaring met landen op Mars, alhoewel ExoMars’ 35 meter parachute groter is dan alles wat tot nu toe gevlogen heeft naar Mars. De experts van JPL konden desondanks nuttige aanwijzingen geven om de parachutes makkelijker te laten ontvouwen met minder wrijving en dus minder schade.

Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Bij nieuwe hoge snelheidstests op de grond ontvouwden de parachutes zich zonder schade. Er worden nog meer van deze tests gepland. De uiteindelijke test van grote hoogte moet in februari-maart in Utah gaan plaats vinden. Die test moet goed verlopen, anders wordt de lancering komende zomer afgeblazen. Dat uitstel betekent extra kosten en het is maar de vraag of de missie dan genoeg budget krijgt om twee jaar later door te gaan.

De 310 kg zware Rosalind Franklin rover moet vooralsnog op 21 maart 2021 landen op Mars, op een Russisch platform genaamd Kazachok (“kleine kozak”).

Bronnen:

http://www.esa.int/Science_Exploration/Human_and_Robotic_Exploration/Exploration/ExoMars/Promising_progress_for_ExoMars_parachutes

ESA lanceert morgen nieuwe exoplaneten-telescoop

[Update 17-12-2019 21:30] De lancering is vanochtend afgeblazen vanwege een software fout in de (bovenste) Fregat rakettrap. De lancering is nu morgen (18-12-2019) gepland om 9:54.

 

Morgenochtend wordt een nieuwe Europese ruimtetelescoop gelanceerd die onderzoek gaat doen naar al bekende exoplaneten. Eerdere ruimtetelescopen, zoals de Franse CoRoT, en NASA’s Kepler en TESS ontdekten talloze exoplaneten. Maar CHEOPS, zoals de nieuwe ruimtetelescoop heet, gaat bekende exoplaneten gedetailleerd onderzoeken. Wat overigens niet wil zeggen dat CHEOPS geen nieuwe exoplaneten gaat ontdekken. De instrumenten aan boord zijn zo gevoelig dat ze nieuwe planeten kunnen vinden in bekende zonnestelsels.

Looking_into_the_Cheops_telescope_tube.jpg
De primaire spiegel van CHEOPS (University of Bern / T. Beck)

Het hart van de satelliet is een 30 cm Ritchey-Chrétien telescoop. Een van de zaken waar eerdere exoplaneten-jagers niet zo goed in waren, was het bepalen van de grootte van exoplaneten. CHEOPS is daar veel beter in. Het gaat speciaal kijken naar super-Aardes en Neptunussen. En CHEOPS kan veel vaker vervolgonderzoek doen naar dezelfde exoplaneten, wat de metingen beter maakt.

CHEOPS wordt morgenochtend gelanceerd op een Sojoez raket vanaf de lanceerbasis Kourou in Frans Guyana. Je kunt de uitzending van ESA volgen vanaf 9:30. De lancering is gepland om 9:54 Nederlande tijd.

De uitzending kan hier bekeken worden: https://www.esa.int/ESA_Multimedia/ESA_Web_TV.

Bronnen:

https://sci.esa.int/web/cheops

https://sci.esa.int/web/cheops/-/cheops-launch-media-kit

Credits coverafbeelding: ESA / ATG medialab

Asteroïde Ryugu heeft een complexe historie achter zich

Hayabusa-2 is sinds afgelopen week op weg naar Aarde met een belangrijke buit: monsters van de asteroïde Ryugu. Maar ook bij Ryugu verrichtte de Japanse missie wetenschap. Het fotografeerde de 860 meter grote asteroïde van alle kanten.

2019_11_13_01-1.jpg

Astronomen zijn vervolgens inslagkraters gaan tellen. Inslagkraters kunnen een hoop zeggen over de geschiedenis van een hemellichaam. Het vinden van alle kraters vinden was wel lastig. Kraters op Ryugu zijn niet zo duidelijk als op bijvoorbeeld de maan. Dat komt omdat Ryugu niet een keiharde rots is, maar eerder een bij elkaar gekomen poreus hoopje puin. En het absorbeert de inslagen van meteorieten daarom vrij goed. En dit laat uiterst vage inslagkraters achter.

2019_11_13_01-2.jpg
Alle 77 gevonden kraters op Ryugu (Kobe University)

Maar er vielen toch wat zaken op. Zo zijn er beduidend meer kraters aan de oostkant van Ryugu, dan aan de westkant. Ook de polen hebben veel minder kraters. Ryugu heeft ook een duidelijke kam over de evenaar en ook de westkant hiervan bevat veel minder kraters.

Vermoed wordt dat Ryugu vroeger veel sneller om zijn as draaide: eens per 3 uur in plaats van de 7,6 uur nu. En daardoor hebben landverschuivingen plaats gevonden richting de westkant. De kraters zijn daardoor bedekt geraakt.

De equatoriale kam is bovendien iets gedraaid ten opzichte van de evenaar. Dit wijst erop dat de polen verplaatst zijn. Dit kan door een inslag gebeurd zijn. Al met al heeft Ryugu een complexe geschiedenis achter de rug. Een geschiedenis waarover we nog veel meer gaan leren als de monsters binnen zijn.

 

Op de dag dat Hayabusa-2 Ryugu verliet was het trouwens 5 jaar geleden sinds de lancering van de missie.

 

Bronnen:

https://www.kobe-u.ac.jp/research_at_kobe_en/NEWS/news/2019_11_27_01.html

https://phys.org/news/2019-11-impact-crater-analysis-ryugu-asteroid.html

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0019103519303641

Coverfoto: Kobe University

 

Drie mogelijke verklaringen waarom Bennu met rotsdeeltjes gooit

Een verrassende ontdekking dit jaar was dat asteroïde Bennu kleine rotsdeeltjes wegschiet. Een soort pluim van gesteente dus. Deze deeltjes vallen vaak na een tijd weer terug, maar sommigen bereiken ontsnappingssnelheid (wat bij een kleine asteroïde als Bennu niet heel moeilijk is). Deze ontdekking werd gedaan door NASA’s OSIRIS-REx missie die al weer een jaar rond Bennu draait. De vondst was een totale verrassing en de wetenschappers willen dus graag weten hoe dat kan.

Er zijn nu drie mogelijke oorzaken gevonden. Een is dat kleine meteorieten inslaan, waardoor kleine stukjes rots op Bennu losgeschud worden. Optie twee is dat door de enorme verschillen in temperatuur tussen dag en nacht op Bennu scheurtjes ontstaan in rotsen, waarvan deeltjes loskomen. De laatste optie is dat water in rotsgesteente verhit en vrijkomt. OSIRIS-REx heeft al best wat water op Bennu gevonden.

Uiteraard gaat OSIRIS-REx meer onderzoek naar dit fenomeen doen. En in de zomer van volgend jaar gaat de satelliet monsters nemen. De missieplanners zijn bezig een keuze te maken uit vier eerder geselecteerde plaatsen voor monstername. In september 2023 moet OSIRIS-REx hopelijk deze monsters mee gaan terug nemen naar Aarde.

osiris-rex_mid-site_graphic_22.png
De vier mogelijke plaatsen waar OSIRIS-REx een monster gaat nemen. Foto’s: NASA/Goddard/University of Arizona

Bron:

https://www.nasa.gov/feature/goddard/2019/osiris-rex-explains-bennus-mysterious-particles

https://www.nasa.gov/feature/goddard/2019/osiris-rex-in-the-midst-of-site-selection

Coverfoto: NASA/Goddard/University of Arizona