Geen oceanen op jonge Venus?

Nog niet zo lang geleden was berichtten we dat Venus vroeger niet zo heet was als nu. De temperaturen zouden de eerste 2-3 miljard jaar geleden zelfs aangenaam geweest kunnen zijn. Je ziet de oceanen op onze buur-planeet al voor je. Of toch niet? Een van de redenen waarom gedacht werd dat Venus vroeger een oceaan had, was het graniet dat in de hooglanden aangetroffen werd. Dat kan alleen aangemaakt zijn in aanwezigheid van water.

Maar een nieuw onderzoek van stagaires die stage lopen bij het Lunar and Planetary Institute toont aan dat het gesteente van een van de hooglanden op Venus, Ovda Fluctus, niet uit graniet, maar basaltisch gesteente bestaat. Dat wordt meestal aangemaakt door vulkanisme. De stagaires baseren dit op metingen van Venus met radar. Het kan nog steeds zijn dat er oceanen op Venus geweest zijn, maar we kunnen dit niet meer afleiden van het gesteente van Ovda Fluctus.

Zo kan dat soms gaan in de wetenschap. De ene week lijkt Venus een tropisch zwemparadijs geweest te zijn, de andere week komen andere wetenschappers met bewijs voor het tegendeel. Voor de buitenwereld lijkt het dan of dat wetenschappers het spoor bijster zijn. Dat is, denk ik, niet zo. Wel zijn nieuwe gegevens hard nodig. Deze hypothesen helpen om nauwer vast te stellen wat wel en niet mogelijk is geweest en geeft nieuwe ideeën voor vervolgonderzoek.

We kunnen de werkelijkheid pas achterhalen na onderzoek met nieuwe ruimtemissies. Rusland is bezig aan een grote Venus missie, genaamd Venera-D. Deze missie moet landen op de hete planeet en veel onbeantwoorde vragen oplossen. Ook wordt nu gedacht om een ballon mee te nemen. De missie zou in 2026 gelanceerd kunnen worden.

 

Bronnen:

http://astrobiology.com/2019/10/was-venus-once-warm-and-wet-new-study-of-lava-flow-suggests-not.html

https://www.airspacemag.com/daily-planet/airship-exploring-venus-russia-might-get-there-first-180973340/

http://venera-d.cosmos.ru/index.php?id=workshop2019&L=2

Coverfoto: NASA/JPL. Bewerkt door Marcel-Jan Krijgsman

De warmtesonde van Mars InSight boort eindelijk iets dieper

 

e HP3 warmtesonde van Mars InSight wist deze week eindelijk een klein beetje dieper te boren. De technici zijn al maanden bezig om deze sonde meters de bodem in te krijgen, maar de boor kwam niet verder dan 35 cm. Er waren twee mogelijkheden waarom de warmtesonde niet verder kwam: het was op een steen gestuit of de bodem gaf te weinig wrijving om zich tegen af te zetten. Na vele tests in het lab, gingen technici er steeds meer van uit dat het de tweede optie was.

Na bestudering van foto’s werd duidelijk dat de top 10 centimeter van het oppervlak vrij hard is. Daaronder is zit zacht zand dat de boor niet genoeg wrijving geeft.

Het was duidelijk dat de boor geholpen moest worden. In juni werd allereerst de support structure van de boor getild. Daarna werd de robotarm van Mars InSight gebruikt om de bodem rond de warmtesonde aan te drukken. Dat werkte niet goed genoeg. En dus was het tijd om een riskantere actie uit te voeren. De schep van robotarm moest tegen de zijkant van de boor duwen om extra wrijving te geven. De robotarm is niet op zwaar werk berekend. Het is alleen bedoeld om de instrumenten op hun plaats te zetten.

marsmolemoves2.gif

Maar vrijdag werd het scenario getest. En voor het eerst sinds februari heeft HP3 een paar millimeter progressie gemaakt. Hoe lang de robotarm hierna nog steun moet bieden is niet duidelijk. Voorkomen moet worden dat de robotarm tegen de kabel aan de HP3 sonde komt als de boor de bodem in schiet.

Wie op Twitter zit, kan trouwens nieuwe foto’s zien zodra ze beschikbaar zijn met de InSight Image Bot (@InSightImageBot). Foto’s van de Curiosity rover komen binnen op het kanaal @MarsMissionImgs.

 

[Update 15 oktober]

Het was meer dan een paar millimeter zelfs. De boor wist 3 cm dieper te gaan.

Bron:

https://www.dlr.de/content/en/articles/news/2019/04/20191003_fresh-attempt-for-the-first-Mole-on-Mars.html

Coverfoto: NASA/JPL-Caltech

Eerste hoge resolutie foto’s van Chandrayaan 2 gepubliceerd

De eerste foto’s van de hoge resolutie camera van de Indiase Chandrayaan 2 satelliet zijn gepubliceerd. Deze camera, de Orbiter High Resolution Camera (OHRC) kan de maan vanaf 100 km hoogte details tot 25 cm grootte in beeld brengen. Het zijn daarmee de scherpste foto’s vanaf een baan rond de maan ooit.

De foto’s werden gemaakt kort nadat Chandrayaan 2 in zijn lage baan rond de maan kwam. Het zijn foto’s van omgeving van de 14 kilometer grote krater Boguslawsky E, op de zuidpool van de maan. Je ziet de meters grote rotsblokken op het oppervlak liggen.

OHRCslide2_0.png

OHRCslide3_0.png

Dit is de camera zelf:

OHRCslide1_0.png

 

Foto’s van de Vikram lander hebben we nog altijd niet gezien, ondanks de melding dat de orbiter hem in beeld wist te brengen. NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter probeerde onlangs de lander te fotograferen, maar kreeg hem niet in beeld. Mogelijk was hij ergens in de schaduw.

 

Bron:

https://www.isro.gov.in/update/04-oct-2019/chandrayaan2-images-orbiter-high-resolution-camera

Foto’s (inclusief coverfoto): ISRO

Water kan aangemaakt worden op asteroïden door inslagen en zonnewind

Australische wetenschappers hebben een manier ontdekt waarop asteroïden water kunnen aanmaken. Water was al vaker gedetecteerd op asteroïden. Maar waterijs op het oppervlak van een asteroïde in het binnenste deel van de asteroïdengordel heeft een beperkte tijd voor het sublimeert en verdwijnt. Astronomen denken dat waterijs op een asteroïde op die manier binnen een miljoen jaar wel weg is.

Aangezien asteroïden miljarden jaren bestaan, moet er een mechanisme zijn dat nieuw water aan maakt. Australische wetenschappers besloten een meteoriet in een speciaal gebouwde machine bloot te stellen aan gesimuleerde weersinvloeden in de ruimte: micrometeorieten, zonnewind en kosmische straling. Echte micrometeorieten hadden ze niet om op de meteoriet af te schieten. Ze gebruikten daarvoor laserpulsen.

Wat blijkt is dat de inslag van micrometeorieten de reactie start, waarna zonnewind zorgt dat ongebonden zuurstofatomen reageren met waterstofatomen. Dat levert water op als eindproduct. Dit werkt bij heel lage temperaturen.

Dit is niet alleen een interessante bevinding voor water op asteroïden, maar ook op andere hemellichamen zonder atmosfeer, zoals de maan.

 

Bronnen:

https://news.curtin.edu.au/media-releases/curtin-scientist-helps-discover-how-water-is-regenerated-on-asteroids/

Coverfoto: Asteroïde Bennu, gefotografeerd door OSIRIS-REx. Credits: NASA/Goddard/University of Arizona

Saturnus is weer de manen-koning

Banen van de nieuwe Saturnus-manen

Saturnus en Jupiter hebben in het verleden meerdere keren stuivertje gewisseld als zijnde de planeet met de meeste manen. Onlangs werden 20 nieuwe manen bij Saturnus gevonden. Dat brengt de telling op 82 stuks. Jupiter heeft er 79. De nieuwe manen van Saturnus werden ontdekt door dezelfde astronoom die hiervoor Jupiter “aan de leiding” bracht, namelijk Scott S. Sheppard. De manen werden ontdekt met de Subaru telescoop op Mauna Kea in Hawaii.

Slechts drie van de 20 ontdekte manen draaien in dezelfde richting als de rotatie van Saturnus en veruit de meeste manen. We noemen dat prograde banen. 17 manen draaien “tegen het verkeer in”, ofwel in een retrograde baan. Er waren al eerder Saturnus-manen in zo’n baan ontdekt. Het lijkt erop dat ze fragmenten zijn van een groter object.

De nieuwe manen zijn vrij klein: enkele kilometers groot. En ze draaien op grote afstand tot Saturnus. De verste maan draait op een gemiddelde afstand van 26,7 miljoen kilometer (bijna de helf van de afstand van Mercurius tot de zon!) en doet er bijna vier en half jaar over om een keer rond te gaan.

 

Het publiek is uitgenodigd om de nieuwe manen een naam te geven. De nieuwe manen behoren tot bestaande groepen van Saturnus-manen. Twee van de nieuwe prograde manen vallen in een groep met namen uit de Inuit mythologie. De zeventien retrograde manen horen in een groep met namen uit de Noorse mythologie. En de laatste maan valt onder de Gallische groep, dus de Keltische mythologie. Dus bij de naamgeving moet je je daar aan houden. Geen Moony McMoonFace dit keer dus. Mocht je – in tegenstelling tot deze auteur – WEL iets over mythologie weten: je kunt je suggesties sturen op Twitter naar @SaturnLunacy onder vermelding van hashtag #NameSaturnsMoons en eventueel voorzien van kunstwerken of memes.

 

Bronnen:

https://carnegiescience.edu/news/saturn-surpasses-jupiter-after-discovery-20-new-moons-and-you-can-help-name-them

https://carnegiescience.edu/NameSaturnsMoons

Credits coverafbeelding: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute met een sterrenachtergrond van Paolo Sartorio/Shutterstock.

Dat was ESA Open Day 2019

En dat was ESA Open Day 2019. Aan het begin van de dag had ik een hele grote stapel folders van de Werkgroep Maan en Planeten. Aan het eind was er niets meer over. De telescoop die ik meegebracht had was een geweldige gespreksstarter.

Ik heb dan ook heel veel mensen gesproken over telescopen, het zonnestelsel en Lightsail-2 (ik sprak ook namens Planetary Society). Ik ben een beetje schor nu.

De Werkgroep Maan en Planeten is aanwezig op de ESA Open Day 2019

Als je een (gratis) ticket hebt weten te bemachtigen voor de ESA Open Day 2019 van aanstaande zondag, dan kun mij (Marcel-Jan Krijgsman) tegen komen bij de stand van de Planetary Society. Als je nog geen ticket hebt, dan heb je helaas pech. De tickets zijn meestal een paar weken van te voren op.

Je gaat de stand van de Planetary Society tegen komen in de “Main Corridor” van het hoofdgebouw. Het is bij nummer 13 in dit programma. Je herkent ons aan mijn telescoop die er naast zal staan.

Het wordt weer een geweldige dag. Er zullen vier astronauten aanwezig zijn: Apollo 7 astronaut Walt Cunningham, Apollo 9 astronaut Rusty Schweickart, ESA astronaut Alexander Gerst en natuurlijk (eveneens ESA astronaut) André Kuipers.

Dat is nog niet alles. Als je wel eens Kerbal Space Program gespeeld hebt, dan heb je vast ook wel eens op Youtube gekeken hoe Scott Manley dat doet. Hij is eveneens aanwezig. De beeldhouwer Paul Van Hoeydonck, die het op de maan achter gelaten beeldje “The Fallen Astronaut” maakte, is er ook bij. Ze gevem allemaal lezingen.

En verder is er een enorme hoeveelheid aan “swag” te verkrijgen: posters, stickers, pinnen, you name it. En natuurlijk ook de folder van de Werkgroep Maan en Planeten :).

Maar het leukst vind ik zelf toch om te praten met de wetenschappers en technici van ESA. Ze zijn heel toegankelijk en je kunt ze alles vragen. In het Engels, dat vaak wel.

 

Coverfoto: Adam Nielek