OSIRIS-REx heeft voldoende monster verzameld, maar het verliest ook wat

In de nacht van dinsdag op woensdag heeft OSIRIS-REx een monster genomen van het oppervlak van de asteroïde Bennu. De tekenen zijn goed dat OSIRIS-REx een monster heeft weten te bemachtigen. Misschien zelfs een beetje te veel monster. Want de schijf waarin de monsters zijn opgevangen (het Touch-and-Go Sample Acquisition Mechanism (TAGSAM)) blijkt kleine monsterdeeltjes te “lekken”.

Het TAGSAM monsterhoofd lekt kleine deeltjes. (Animatie/foto’s: NASA)

Uit foto’s blijkt dat er ruim voldoende monster is verzameld. Maar grotere deeltjes die halvewege de mylar afdichting van het TAGSAM monsterhoofd zitten, houden dit nu open voor kleinere deeltjes. Oorspronkelijk zou OSIRIS-REx volgende week om zijn as gaan draaien om zo het monster te wegen. Nu lijkt dat geen goed idee. NASA wil in plaats daarvan snel het monsterhoofd opslaan in de capsule waarmee het monster in 2023 af moet dalen naar Aarde.

OSIRIS-REx verzamelde woensdagnacht een monster van het oppervlak van Bennu. (Beelden: NASA)

TAGSAM raakte woensdagnacht Bennu aan voor ongeveer 5 tot 6 seconden. Toen TAGSAM neerkwam verpulverde het wat rotsen die onder TAGSAM zaten. De rotsen op Bennu zijn zeer poreus en breken zelfs al door de temperatuurwisselingen door de snelle rotatie van Bennu (elke 4,3 uur).

Video van het vluchtleidingscentrum op het moment van monstername.

Bronnen:

https://www.asteroidmission.org/?latest-news=osiris-rex-tags-asteroid-bennu

https://www.asteroidmission.org/?latest-news=nasas-osiris-rex-spacecraft-collects-significant-amount-of-asteroid-bennu

Vannacht neemt OSIRIS-REx een monster van Bennu

Vannacht rond 0:10 zal OSIRIS-REx een monster nemen van de asteroïde Bennu. Het zal daarvoor afdalen naar het oppervlak, zijn robotarm uitsteken en met een cilindervormige schijf het oppervlak aanraken. Door die schijf (Het Touch-And-Go Sample Acquisition Mechanism of TAGSAM) wordt dan stikstof geblazen, waardoor stof en steentjes worden meegenomen, in de opslagkamer van TAGSAM.

Onmiddelijk daarna zal OSIRIS-REx zich uit de voeten maken. Hoe voorzichtig OSIRIS-REx ook te werk gaat, er zal allerlei stof en gesteente rondvliegen en het is het beste na de monstername niet te lang in de buurt te blijven.

Foto’s zullen moeten uitwijzen of de monstername gelukt is. Ook zal OSIRIS-REx later om zijn as ronddraaien om het gewicht van het monster te bepalen. Als het te weinig materiaal is, dan heeft TAGSAM nog twee stikstofladingen om nieuwe monstername pogingen uit te voeren. In september 2023 zal OSIRIS-REx een capsule afwerpen richting Aarde, die dan in een woestijn in Utah zal landen.

De monstername wordt uitgezonden via NASA TV en er zijn diverse andere websites (zoals de Planetary Society en Cosmoquest) die de uitzending delen, al of niet met commentaar. De uitzending van NASA TV begint om 23:00. Bevestiging van de touchdown wordt verwacht om 0:10.

Bronnen:

https://www.nasa.gov/press-release/update-nasa-to-broadcast-osiris-rex-asteroid-sample-collection-activities

https://www.planetary.org/articles/your-guide-to-the-osiris-rex-sample-collection

Juno missie gaat mogelijk Jupiters manen bezoeken

Als de plannen van NASA’s Juno team goedgekeurd worden, dan gaat Juno in de komende jaren langs de manen van Jupiter vliegen. Juno doet sinds het in een baan rond Jupiter kwam in 2016 onderzoek naar de binnenkant van Jupiter. En dat onderzoek is geslaagd. We weten inmiddels dat Jupiter ooit door een grote protoplaneet geraakt is. De kern is daardoor nog altijd “pluizig” en niet scherp omrand. De kern is met andere woorden goed door elkaar geschud.

Volgend jaar houd de huidige missie van Juno officieel op. Het Juno team heeft een plan ingediend voor een vervolg van juli 2021 tot september 2025. In die tijd moet Juno meerdere keren langs Jupiters grote manen vliegen. In de zomer van 2021 al vliegt Juno op 1000 km langs Ganymedes. En eind 2022 vliegt de ruimtesonde op slechts 320 km langs Europa. Ook zal Juno twee keer langs de vulkaanmaan Io vliegen op ongeveer 1500 km afstand.

Wat zal Juno’s bijdrage zijn aan het onderzoek naar deze manen? Uiteraard zullen de manen in beeld gebracht worden met JunoCam. De resolutie zal niet beter zijn dan wat NASA’s Galileo sonde heeft gefotografeerd, maar we zullen wel veranderingen op het oppervlak kunnen zien. De microgolf radiometer kan de dikte van het ijs meten. Met de spectrometer zouden concentraties van waterijs, kooldioxide en organische moleculen in beeld gebracht kunnen worden. En diverse instrumenten zouden ook geiserpluimen kunnen detecteren. Een mooi voorproefje voordat de Europa Clipper missie gelanceerd wordt in 2024. Die zou in 2030 bij Jupiter moeten aan komen.

Eind vorig jaar vloog Juno al eens in de buurt van Ganymedes, op 100.000 km afstand. (Foto: NASA/JPL-Caltech/SwRI/ASI/INAF/JIRAM)

Bij Ganymedes kan Juno bovendien de magnetosfeer in 3D in kaart brengen. Ganymedes is de enige maan met een magnetosfeer. Bij Io kan Juno eventuele magma oceanen kunnen vinden. Tenslotte zal ook onderzoek gedaan worden aan de ringen van Jupiter.

En dit is eigenlijk allemaal mogelijk omdat Juno in 2016 niet in zijn juiste baan kwam. Juno draaide eerst in 53 dagen rond de grootste planeet van ons zonnestelsel. Daarna had de baan verlaagd moeten worden zodat Juno elke 14 dagen zijn laagste passage zou maken. Maar er waren problemen met Juno’s raketmotor en het team besloot het risico niet te nemen om deze nog eens te ontbranden. Door Juno’s hogere baan kostte het meer tijd om de wetenschappelijke gegevens te verzamelen, maar is Juno’s elektronica minder bloot gesteld aan Jupiters sterke stralingsveld. En dus kan de missie dus nog even door. Eind dit jaar zullen we weten of budget vrij komt voor deze uitgebreide missie.

Bron:

https://spaceflightnow.com/2020/10/12/juno-team-planning-close-flybys-of-jupiters-moons/

Coverfoto: NASA/JPL-Caltech/SwRI/MSSS/Kevin M. Gill (CC-BY)

Materiaal van Venus mogelijk te vinden op de maan

Misschien gaan toekomstige astronauten op de maan wel op zoek naar Venus. Een nieuwe studie zegt dat het mogelijk is dat gesteente van Venus door inslagen van asteroïden het zonnestelsel in geslingerd is.

Laten we wel zijn: op Venus met zijn huidige atmosfeer is de kans dat gesteente van het oppervlak zijn weg vind naar onze maan nihil. De atmosfeer van Venus (90 keer de atmosferische druk van de Aard-atmosfeer op zeeniveau) is simpelweg te dicht, of je hebt een heel grote asteroïde nodig. Maar de aanwijzingen stapelen zich op dat Venus vroeger een Aards klimaat had en dat de atmosfeer veel minder dicht was.

Wetenschappers hebben doorgerekend of het überhaupt mogelijk is dat als in het verleden een asteroïde insloeg op Venus, dat materiaal dan op de maan terecht gekomen zou kunnen zijn. Voor de studie zijn ze uitgegaan van een Venus met een Aard-achtige atmosfeer. Ze zijn er ook van uit gegaan dat asteroïden die bij Venus komen, een hogere snelheid hebben. Want vanuit de asteroïdengordel is meer energie nodig om de baan van Venus te bereiken.

Uit computermodellen blijkt dat op deze manier genoeg materiaal de invloed van de zwaartekracht van Venus kan verlaten. En zo’n 0,07% van het gesteente zou de maan kunnen bereiken. Ze onderzochten ook of het gesteente van Venus de schok van de inslag op de maan zou kunnen overleven. Venus-meteorieten die door de hitte van de inslag van samenstelling veranderen, zijn minder interessant. De studie toont aan dat het goed mogelijk is dat er materiaal is dat de inslag overleeft zonder te heet te worden. Beter nog als het gesteente onder een lage hoek inslaat.

Er is een reden waarom wetenschappers zeer geïnteresseerd zijn in materiaal van Venus. Zozeer dat er zelf al nagedacht is over een sample return missie naar onze zusterplaneet. En dat is bepaald geen eenvoudige zaak. Maar gesteente van Venus zou ons kunnen uitleggen uit welk materiaal de binnenplaneten zijn opgebouwd. Ook zou het uitsluitsel kunnen geven of de maan ontstaan is door de inslag van een Mars-achtige protoplaneet op Aarde.

Heel misschien hebben we zelfs al materiaal van Venus in monsters die Apollo heeft meegebracht. Maar anders is het wachten op de aangekondigde onbemande en bemande maanmissies, zoals de Chinese Chang’e landers en NASA’s Artemis programma.

Bronnen:

https://news.yale.edu/2020/10/07/looking-pieces-venus-try-moon

https://arxiv.org/abs/2010.02215

Coverfoto: NASA/JPL

Oude Venus-sonde vond mogelijk ook fosfine

Twee weken geleden werd bekend gemaakt dat fosfine in de atmosfeer van Venus is gevonden en dat dit mogelijk een biologische oorsprong heeft. Dit maakte nogal wat los in de wetenschap. Kwam er eerst bijna geen geld los voor Venus-missies, nu wordt er druk gespeculeerd over wat we naar Venus moeten sturen om eventueel leven in de atmosfeer aan te tonen. Het bedrijf RocketLab deelde al een impressie van een mogelijke Venus missie gebaseerd op hun standaard satellietontwerp Photon, compleet met afdalingssonde.

Eerst willen wetenschappers echter zien dat fosfine aangetoond wordt op een andere manier dan met radio spectra. Dit om te voorkomen dat we iets over het hoofd zien in de interpretatie van die gegevens. Maar wat als we nou eens al fosfine gevonden hebben met oude atmosferische sondes? De Pioneer-Venus stuurde in 1978 maar liefst 4 sondes de atmosfeer van Venus in. Een ervan, de grootste van de vier, had een instrument bij zich, genaamd Large Probe Neutral Mass Spectrometer (LNMS). Met dit instrument werd de samenstelling van de atmosfeer gemeten vanaf een hoogte van 67 km tot op het oppervlak.

De grootste sonde van de Pioneer-Venus Multiprobe missie. (Credits: NASA)

Massa spectrometers zijn instrumenten waarin molekulen in een monster worden geioniseerd. Molekulen worden in feite in stukken gebroken en die stukken hebben een elektrische lading (ionen). Daarna wordt het monster versneld en door een magnetisch veld geleid. De baan van lichtere ionen wordt meer afgeleid dan zwaardere ionen en zo komen we te weten hoe zwaar ze zijn. Op die manier hoop je te kunnen achterhalen wat de oorspronkelijke molekulen waren.

Wetenschappers hebben die de oude gegevens van dit instrument nog eens bekeken, speciaal de gegevens die verzameld zijn op 50 tot 60 km hoogte. Destijds werd er niet eens gedacht aan de mogelijkheid dat zulke stoffen in de atmosfeer zouden kunnen bestaan. En de detectie van fosfine was bovendien gemakkelijk over het hoofd te zien.

Na hernieuwd onderzoek zeggen wetenschappers dat er een “verleidelijke mogelijkheid” is, dat er fosfine gevonden is. Niet alleen fosfine zelf, maar ook de fragmenten van fosfine die je zou verwachten met een massa spectrometer te vinden. Ze zeggen verder dat het er op lijkt dat de aanwezigheid van chemische stoffen uit balans is op deze hoogte in de atmosfeer. Precies zoals je zou verwachten als er leven in de atmosfeer is, of ten gevolge van chemische reacties die ons nog niet bekend zijn.

Analyse van de Pioneer-Venus gegevens (Credits: Rakesh Mogul et al.)

Dit zou kunnen betekenen dat de onlangs gedane metingen geen kortstondige afwijking waren, maar dat het fosfine in ieder geval al 40 jaar in de atmosfeer van Venus zit. Toch is nog niet iedereen overtuigd. Zo zou de concentratie fosfine in de gegevens van Pioneer-Venus veel hoger zijn dan de concentratie die twee weken geleden gemeld is. Maar nog niet alle gegevens van Pioneer-Venus zijn onderzocht. Er is nog veel meer te vinden op microfilm. Die data is niet gedigitaliseerd en vanwege COVID-19 kunnen de wetenschappers nu niet zomaar toegang krijgen. Die toestemming hopen ze echter wel deze week te regelen.

Wetenschappers zijn daarnaast op zoek naar nog meer oude datasets. De metingen van de Venera sondes van de Sovjet Unie zijn er waarschijnlijk niet gevoelig genoeg voor. En het is niet bekend waar die gegevens zijn opgeslagen. Ook oude infrarood telescoop gegevens van Venus worden nu onderzocht. In de nabije toekomst komen de Europese BepiColombo, de Solar Orbiter en NASA’s Parker Solar Probe ook langs Venus. Wellicht dat die nog kunnen bijdragen met nieuwe metingen.

Bronnen:

http://www.leonarddavid.com/decades-old-data-backs-phosophine-detection-in-clouds-of-venus-sign-up-for-signature-of-life/

https://www.scientificamerican.com/article/a-nasa-probe-may-have-found-signs-of-life-on-venus-40-years-ago/

https://avs.scitation.org/doi/10.1116/1.570059

Coverafbeelding: NASA

Tianwen-1 op weg naar Mars op de foto gezet

De Chinese missie Tianwen-1 had een klein satellietje bij zich met twee camera’s met groothoeklenzen, waarmee de ruimtesonde op de foto is gezet. Terwijl de kleine satelliet afgeworpen werd, maakte het een foto per seconde en zo werd Tianwen-1 zelf op de foto gezet. De foto’s werden doorgezonden via WiFi. Vandaag werden de foto’s vrijgegeven ter gelegenheid van de 71ste verjaardag van Volksrepubliek China.

De witte capsule van Tianwen-1 bevat de rover die in april volgens jaar moet landen op Mars. (Foto: CNSA)

Tianwen-1 moet februari volgens jaar in een baan rond Mars komen. Aan boord is een landingsplatform met rover die op 23 april moet landen in het gebied genaamd Utopia Planita.

Ander nieuws uit China

Onlangs kwam er nog meer ruimtevaartnieuws uit China. Tijdens een groot ruimtevaartcongres twee weken geleden werd aangekondigd dat de plannen voor China’s maanraket Lange Mars 9 op de .. lange baan zijn geschoven. In plaats daarvan wil China een raket ontwikkelen die minder leunt op grote doorbraken in technologie.

Ze werken nu aan de Lange Mars-FH, een Falcon Heavy-achtige raket met drie boosters met elk 7 YF-100K raketmotoren. Deze raketmotor wordt al gebruikt op de Lange Mars 5 en 7. Deze raket moet 25 ton naar de maan kunnen brengen. Deze booster moet een nieuw bemand ruimteschip naar de maan kunnen brengen. Ook het ontwerp van een maanlander, een ruimtestation rond de maan en een onder druk staande maanrover werden gedeeld.

Bronnen:

Weibo

https://forum.nasaspaceflight.com/index.php?topic=50963.0

Coverfoto: CSNA

Meerdere reservoirs met vloeibaar water onder zuidpool Mars

In 2018 ontdekte Mars Express met radar een ondergronds meer met vloeibaar water onder het oppervlak van Mars. Maar spoedig na de aankondiging werden vraagtekens gezet bij deze ontdekking. Vandaag werd bekend dat met nieuwe analysemethoden en met meer data het bestaan van ondergrondse reservoirs met vloeibaar water is bevestigd. Was het onderzoek van twee jaar geleden gebaseerd op 29 radarobservaties, het nieuwe onderzoek maakte gebruik van 134 metingen van het MARSIS (Mars Advanced Radar for Subsurface and Ionosphere Sounding)instrument.

Het grootste meer is 20 bij 30 km groot en zit verscholen onder 1,5 km ijs. Eromheen zijn nog drie kleinere ondergrondse meren gevonden.

De zuidpool op Mars is aan het oppervlak 113 graden onder nul. Nu wordt het warmer als je dieper gaat, maar dan nog moeten deze meren enorm zout zijn om vloeibaar te blijven. Er zijn wetenschappers die nog steeds niet overtuigd zijn dat deze meren vloeibaar zijn. De Chinese Tianwen-1 orbiter die in februari volgend jaar in een baan rond Mars komt, heeft ook een radar-instrument en kan de metingen van Mars Express bevestigen.

Bronnen:

https://www.esa.int/ESA_Multimedia/Videos/2020/09/Mars_Express_finds_more_underground_water_on_Mars

https://phys.org/news/2020-09-salty-lake-ponds-gurgling-beneath.html

https://www.nature.com/articles/d41586-020-02751-1

ESA gaat asteroïdemissie Hera bouwen

ESA heeft goedkeuring gekregen voor de asteroïdemissie Hera. Hera is onderdeel van AIDA (Asteroid Impact and Deflection Assessment), een samenwerkingsverband met NASA. NASA’s deel van dit project is DART (Double Asteroid Redirection Test). DART zal op 22 juli 2021 gelanceerd worden op een Falcon 9 naar de asteroïde Didymos en zijn maan (officeel Dimorphos, maar vaak Didymoon genoemd). De dan 300 kg zware DART wordt op een ramkoers met Dimorphos/Didymoon gebracht en zal op 22 september 2022 inslaan.

Het doel hiervan is om te testen of het mogelijk is om een asteroïde die de Aarde gaat raken van zijn pad af te laten wijken. Didymos en Dimorphos zijn geen bedreiging voor ons. De impact gaat daar niets aan veranderen. Dimorphos, een 163 meter groot object, draait momenteel in 12 uur rond Didymos (780 meter groot). De verwachting is dat de impact de omlooptijd van Dimorphus 10 minuten zal versnellen (en komt in een kleinere baan rond Didymos). Deze wijzigingen van de baan van Dimorphus worden vanaf observatoria op Aarde onderzocht.

Hera moet in 2024 gelanceerd worden op een Ariane 6 raket. Eind 2026 komt Hera aan bij Didymos en Dimorphus. Hera gaat Dimorphus van dichtbij onderzoeken. Uiteraard zal speciale aandacht uit gaan naar de nieuwe inslagkrater, maar ook naar de massa van de maan. Zo weten we precies hoe effectief zo’n inslag is, mocht er ooit een asteroïde op ons af komen.

Met Hera gaan ook twee cubesats mee. Een ervan, APEX (Asteroid Prospection Explorer), heeft spectrale camera’s om de samenstelling vast te stellen en hij gaat magnetische waarnemingen doen. Daarna probeert APEX op Dimorphus te landen. Juventas gaat Dimorphus onderzoeken met lage frequentie radar, waarmee we de binnenkant van Dimorphus kunnen onderzoeken. Ook Juventas zal na pakweg 6 maanden proberen te landen en dan vanaf het oppervlak verdere metingen doen.

Bronnen:

https://www.esa.int/Safety_Security/Hera/Industry_starts_work_on_Europe_s_Hera_planetary_defence_mission

https://en.wikipedia.org/wiki/Double_Asteroid_Redirection_Test

https://en.wikipedia.org/wiki/AIDA_(mission)#Hera

Coverfoto: ESA – Science Office

Stof met mogelijk biologische oorsprong gevonden in atmosfeer van Venus

Er is fosfine (PH3) gevonden in de atmosfeer van Venus. Dat werd vanmiddag tijdens een live stream van de Royal Astronomy Society onthuld. Laten we deze ontdekking stap voor stap bekijken.

Wat is fosfine?

Fosfine is een vrij simpel molekuul met een fosfor atoom met drie waterstof atomen. Het is vrij giftig en ontvlambaar, maar het is ook een zogenaamde biomarker. Dat wil zeggen, een stof die normaal (op rotsachtige planeten) alleen door leven gevormd wordt. Vorig jaar werd zelfs gesuggereerd dat fosfine de beste biomarker is om leven mee te zoeken met de nog te lanceren James Webb Space Telescope.

Wat is er precies gevonden?

Met de James Clerk Maxwell Telescope in Hawaii werd een dip in het radiospectrum gevonden die wijst op de aanwezigheid van fosfine. Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array in Chili zijn vervolgens betere metingen gedaan die de vondst van fosfine bevestigden.

Het fosfine werd gevonden in een middelste wolkenlaag in de atmosfeer op zo’n 50-60 km hoogte. En dat is toevallig ook de hoogte waar tropische temperaturen heersten. En dat is een stuk aangenamer dan de temperatuur op het oppervlak van Venus (rond de 460 graden).

De hoeveelheid fosfine die afgeleid is van het radarsignaal, is rond de 20 deeltjes per miljard deeltjes (parts per billions).

De dip in het radiospectrum van de James Clerk Maxwell Telescope (donkere lijn) en van de ALMA telescoop (lichtere lijn). (Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), Greaves et al. & JCMT (East Asian Observatory))

Wat zou de oorsprong van fosfine kunnen zijn?

Fosfine is een biomarker, maar men wilde eerst alle andere mogelijke bronnen uitsluiten. Daarbij is gedacht aan:

  • Stoffen die hoog in de atmosfeer afgebroken worden door (ultraviolet) zonlicht. Ofwel fotochemische reacties.
  • 70 andere reacties de fosfine vormen, inclusief reacties in en onder invloed van stof, aerosolen en dergelijke.
  • Reacties met rotsgesteente op het oppervlak, eventueel onder invloed van vulkanisme.

En wat de wetenschappers zeggen, is dat fosfine op die manier wel gevormd zou kunnen worden, maar niet in de hoeveelheden die gevonden zijn.

Dus zijn er twee andere mogelijkheden:

  • Nieuwe chemie: als in, chemische reacties die niet bekend zijn.
  • Een biologische oorsprong.

Fosfine molekulen in de atmosfeer van Venus (Credit: ESO/M. Kornmesser/L. Calçada).

Maar komt fosfine ook niet in de atmosfeer van Jupiter en Saturnus voor?

Dat klopt. Fosfine werd in Jupiter’s atmosfeer al in 1975 ontdekt. Maar fosfine wordt daar in het binnenste van Jupiter gevormd onder invloed van een enorme hoeveelheid energie. Venus is wel heet en kent een hoge atmosferische druk op het oppervlak, maar niet genoeg om langs die weg fosfine te produceren.

Dus leven?

De wetenschappers benadrukten nog eens dat ze niet claimen dat ze leven gevonden hebben. Maar deze vondst vraagt wel om extra onderzoek.

Het is ook niet de eerste aanwijzing voor mogelijk even in de atmosfeer van Venus. Zo werd ontdekt dat de – in het ultraviolet – donkere banden in de atmosfeer gevormd werden door “partikels ter grootte van microben”.

Als er leven is, waar komt dat dan vandaan?

De afgelopen jaren zijn aanwijzingen steeds sterker geworden dat Venus niet altijd zo’n helse planeet geweest is als tegenwoordig. De vermoedens zijn dat 1 miljard jaar geleden er zelfs oceanen (van water) geweest zouden kunnen zijn.

Ook zou microbiologisch leven afkomstig kunnen zijn van Aarde. Bijvoorbeeld van materiaal dat vrij kwam bij een inslag op Aarde. En wie weet hebben we het zelf meegebracht. Nadat bleek dat Venus op het oppervlak kokendheet was, zijn de Venus-landers misschien niet met dezelfde zorg ontsmet als dat met Mars-landers het geval was.

Hoe zijn de reacties in de planetaire wetenschap?

Lang niet alle planetair wetenschappers zijn overtuigd van een biologische oorsprong van fosfine. Er is al een verhit debat gaande, onder andere op Twitter, waarin een heel spectrum van meningen van “als je geen niet-biologische reacties kunt bedenken waarop fosfine gevormd wordt, betekent niet dat de oorsprong biologisch is” (Carolyn Porco) tot “ik roep al jaren dat biologisch leven in de atmosfeer van Venus mogelijk is” (David Grinspoon).

Hoe gaan we vinden of er echt leven op Venus is?

Wetenschappers vragen al decennia om nieuwe missies om Venus te onderzoeken. Maar Venus-missies vielen vaak buiten de prijzen. Deze vondst van fosfine zou daar wel eens verandering in kunnen brengen. Er zijn een paar mogelijke Venus-missies:

  • De Indiase ruimtevaartorganisatie ISRO kondigde aan in 2023 de Venus orbiter Shukrayaan-1 te lanceren. Het budget is nog niet helemaal rond. De selectie van de instrumenten die meegaan op Shukrayaan-1 is nog niet rond, dus misschien kan ISRO de nieuwe bevindingen in de selectie meewegen.
  • Voor de volgende Discovery klasse missie van NASA zijn twee van de vier kandidaten Venus missies. Onder andere DAVINCI+, een sonde die in de atmosfeer moet afdalen, zou interessant onderzoek kunnen doen. De andere Venus-missie, VERITAS, moet Venus met radar in kaart brengen.
  • Venera-D is een Russische Venus-lander die veel langer op het oppervlak onderzoek moet doen dan met de Venera missies van de 1970-er en 1980-er jaren mogelijk was. Dit is een grote Venus missie die tot stand moet komen in samenwerking met NASA, met een lancering in 2026 of 2027. Het budget was echter de afgelopen jaren een probleem.

Een groot voordeel van missies naar Venus is dat Venus dichtbij de Aarde staat, en dat er veel vaker lanceerwindows mogelijk zijn dan Mars, om maar te zwijgen over manen zoals Europa en Enceladus.

Wat voor onderzoek zouden de wetenschappers van deze paper zelf graag zien?

Ze hadden het in de live stream zelf over infrarood spectrometers, massaspectrometers en misschien zelfs een microscoop. Er was ook hoop op commerciële missies. Onlangs kondigde het bedrijf Rocket Labs aan dat de nieuwste versie van hun Electron raket Venus zou kunnen bereiken.

Op vragen van ruimtevaart journalisten gaven ze aan dat Venus ballonnen ook interessant zouden kunnen zijn. Er zijn al eens twee Franse ballonnen in de atmosfeer van Venus afgezet op een missie van de Sovjet Unie. Die deden 2 dagen onderzoek. De wetenschappers zouden nu liever ballon-missies zien die weken of maanden actief zijn.

Wat betekent deze vondst voor het Venus onderzoek?

Het zou het begin van hernieuwde belangstelling naar Venus kunnen betekenen. Een beetje zoals de Mars meteoriet waar in 1996 vermeende sporen van microben gevonden werden. Of dat echte sporen van microben waren, is altijd onderwerp van discussie gebleven. Maar nadat jarenlang er geen onderzoek gedaan werd naar Mars, volgde opeens de ene na de andere missie. Wie weet kan zoiets ook bij Venus gebeuren.

Bronnen:

https://www.nature.com/articles/s41550-020-1174-4

https://www.eso.org/public/news/eso2015/

https://www.planetary.org/articles/venus-phosphine-biosignature

Alles klaar voor monstername OSIRIS-REx op 20 oktober

[Update 14 augustus] Oorspronkelijk stond hier dat de monstername plaats zou gaan vinden op 25 augustus. Dat is uitgesteld naar 20 oktober.

Op 20 oktober gaat NASA’s OSIRIS-REx afdalen naar de asteroïde Bennu om een monster te nemen. Gisteren vond de generale repetitie plaats waarbij OSIRIS-REx afdaalde naar de monsterplaats, die Nightingale wordt genoemd. Om deze bijna-landing mogelijk te maken, is de navigatiesoftware grotendeels herschreven. Met behulp van de camera’s is OSIRIS-REx in staat te zien of herkenningspunten, zoals rotsen op de juiste plaats in beeld voorkomen.

OSIRIS-REx naderde Nightingale tot op 40 meter. Op 20 oktober moet de ruimtesonde bijna helemaal afdalen naar het oppervlak. De robotarm (TAGSAM) brengt dan een schrijf aan tegen het oppervlak. Door die schijf wordt stikstofgas geblazen, waardoor stof en stukjes rots van het oppervlak opdwarrelen en in de schijf terecht komen. Deze schijf wordt daarna in een capsule gebracht, die in 2023 in Utah moet landen. OSIRIS-REx heeft genoeg stikstofgas voor 3 pogingen.

Wat gaat OSIRIS-REx doen nadat het monster afgeleverd is? Daarover heeft het OSIRIS-REx team onlangs een voorstel geschreven. Het plan is om op bezoek te gaan bij de asteroïde (99942) Apophis. Dat is niet zo maar een asteroïde. In 2004 leek het er een tijdje op dat dit 370 meter grote rotsblok de Aarde zou raken op vrijdag 13 april 2029. Later, toen de baan van Apophis beter berekend werd, bleek dat het op 31.200 km langs Aarde zal scheren. Ook op een latere passage in 2036 zou Apophis onze planeet missen.

Volgens het plan zou OSIRIS-REx in een baan rond Apophis komen in 2029. Deze verlenging van de OSIRIS-REx missie kan ons vertellen wat de exacte baan van Apophis is, hoe zwaar het is en uit welk materiaal het bestaat. ORISIR-REx zal ook gedetailleerd kunnen onderzoeken in hoeverre de baan van Apophis wordt beïnvloed door het Yarkovsky effect.

Het Yarkovsky effect zegt dat, als de zon schijnt op een asteroïde, dat de fotonen een tijdje worden geabsorbeerd, maar later worden uitgezonden als warmte. Dit zorgt voor kleine variaties in de baan van de asteroïde. Die zijn wel van belang om te weten of Apophis ooit toch een gevaar voor ons wordt. Ook China heeft trouwens plannen om Apophis te bezoeken met een flyby.

Bronnen:

https://www.nasa.gov/feature/goddard/2020/second-rehearsal-puts-osiris-rex-on-path-to-sample-collection

https://en.wikipedia.org/wiki/99942_Apophis

https://www.hou.usra.edu/meetings/apophis2020/pdf/2008.pdf